“Jaap, heb jij wel eens gehoord van huttentut?”
– “Nee, wat is dat?”

Daar begon het. Emiel, biologische boer in Teteringen, kocht in 2013 een zak biologisch huttentut zaad, en zaaide het op een stuk land bij de bossen in Teteringen, vlakbij het Cadettenkamp. Samen met Jaap keek hij hoe het groeide: heuphoog, kleine gele bloemetjes, en na een maand of 3 rijp en geoogst. Now what? De minuscule zaadjes moesten uit de hulsjes worden gezeefd, met de hand en een bolzeef. Een Piteba handpersje werd aangeschaft en de allereerste olie werd geperst.  Een opbrengst om van te huilen zo weinig, maar de olie bleek uitermate smakelijk.

Jaap ging op internet op onderzoek uit. In Nederland was het gewas niet bekend, behalve als grappige naam in de sfeer van Guichelheil, Berendruif en Rimpelsnuit: allemaal incourante, inheemse gewassen. Er blijken archeologische opgravingen gedaan te zijn waar huttentut aantoonbaar geteeld is, zo’n 2500 jaar geleden, in Nederland. Het diende als consumptie olie, maar ook als lampolie en als cosmetisch product. Interessant!

De daaropvolgende twee jaar stonden in het teken van het verwerven van kennis over de teelt, de samenstelling van het zaad en de olie en de gastronomische toepassingen. Dit alles in de luwte en in de vrije tijd van de heren.

Een subsidie van Landstad De Baronie en een stagiair van de HAS Den Bosch brachten de zaken in een stroomversnelling. De aanschaf van een grote elektrische zadenpers werd mogelijk, en werkelijk alles wat in de internationale (wetenschappelijke) literatuur te vinden was, kwam samen in het project van onze stagiair Lorenzo. Ook het Louis Bolk Instituut, een wetenschappelijk onderzoeksinstituut voor duurzame landbouw, wist ons verder te helpen.

En daar staan we dan. Op het nieuwe landgoed Heining & Hoef in Teteringen hebben we een productie unit, voor het persen van de huttentut. In de regio Breda hebben we ruim 3 hectaren zaad geteeld in 2017. Flesjes, doppen aangeschaft, etiketten en een website laten maken.